Veilig branden: de regels die er echt toe doen

De drie regels
Nooit onbewaakt laten branden, minstens een halve meter afstand van alles wat kan vlam vatten, en altijd op een hittebestendige ondergrond. Dat klinkt vanzelfsprekend en toch beginnen de meeste woningbranden met kaarsen precies met een van deze drie. December is elk jaar de drukste maand voor dit type melding.
Waar mensen het misdoen
Een kaars op de vensterbank tussen de gordijnen, een theelichtje op een plastic schaaltje, een kaars op een kast waar een kat langsloopt. De ondergrond is de meest onderschatte: glas en keramiek worden heet en kunnen een houten tafel beschadigen of zelfs springen als er koud water bij komt.
Uitdoven zonder rook
Blazen jaagt de lont opzij, geeft roet en verspreidt rook. Een dover of een deksel snijdt de zuurstof af en dat geeft nauwelijks rook. Wie de lont met een stokje in de vloeibare was drukt en meteen weer rechtzet, heeft de volgende keer bovendien een lont die makkelijker aangaat.
Huisdieren
Katten springen op plekken waar u ze niet verwacht, honden zwiepen met hun staart. Zet kaarsen daarom achteraan op een oppervlak, niet aan de rand, en niet op een salontafel als er dieren zijn. Kies bij vogels helemaal geen kaarsen: rook en verstuivingen zijn voor hun luchtwegen bijzonder schadelijk.
Kinderen
Een kaars op ooghoogte van een kind is een uitnodiging. Zet ze hoger, en leg uit waarom in plaats van alleen te verbieden. Kinderen die het één keer onder toezicht mogen aansteken, snappen daarna beter waar het gevaar zit dan kinderen voor wie het alleen verboden is.
Meerdere kaarsen
Zet ze niet vlak bij elkaar: de warmte van de een laat de ander sneller smelten en dat kan de was aan de zijkant doen weglopen. Tien centimeter tussenruimte is genoeg. In een groepje van drie is bovendien beter te zien of er eentje scheef brandt.
Waxinelichtjes
De aluminium bakjes worden heet genoeg om een tafel te beschadigen; gebruik altijd een houder. En laat ze uitbranden in plaats van bijna-op opnieuw aan te steken: een bijna leeg lichtje kan in één keer helemaal vlam vatten.
Rookmelders
Wie kaarsen brandt, wil rookmelders die werken. Eén per verdieping is het minimum en op de gang bij de slaapkamers is de belangrijkste. Test ze twee keer per jaar; het moment waarop u de klok verzet is een makkelijke aanleiding om eraan te denken.
De laatste centimeter
Stop met branden als er nog ongeveer een centimeter was over is. Daaronder wordt het glas zo heet dat het kan springen, en bij een metalen houder kan de ondergrond schroeien. Dat laatste stukje is niet verloren: het smelt prima om tot een nieuwe kaars.
Kerststukjes en droog materiaal
Een kaars in een stuk met dennengroen, riet of gedroogde bloemen is de klassieker onder de winterbranden. Droog materiaal vat vlam bij een vlamhoogte die u niet ziet aankomen. Gebruik daar led-kaarsen, of houd het stuk buiten bereik van de vlam.


